Wanneer we het over onderwijs hebben, is het van belang het startniveau te weten en wat het te behalen niveau is.

Het startniveau verschilt per land, omdat elk land zijn eigen onderwijssysteem heeft.

Het te behalen niveau wordt door allerlei praktische problemen bemoeilijkt of is zelfs onhaalbaar.

De niveaus zijn A1-A2-B1-B2-C1-C2, waarvan de eerste drie relevant zijn voor de inburgering, zo stelt men.
Ga voor meer informatie naar deze website over taalniveaus


A1-MVV eis

A1- 5% van de bevolking leeft op dit niveau en is een voorwaarde om het MVV te krijgen en naar Nederland te mogen inreizen.

Hier zijn enkele variaties die het leren van het A1-niveau bemoeilijken, omdat dit traject ook nog eens in het land van de buitenlandse partner moet plaatsvinden waarna een examen op A1-niveau moet worden afgelegd op de Nederlandse ambassade.

  1. De overheid gaat er van uit dat in elk land de infrastructuur, de sociale omstandigheden en het onderwijs hetzelfde is als in Nederland. Dat is absoluut niet waar.
  2. De overheid gaat er van uit dat iedereen internet heeft en iedereen een computer bezit om de studie te kunnen doen. Dat is absoluut niet waar.
  3. Uiteindelijk draait de Nederlandse inwoner, die de partner naar Nederland wil laten overkomen, voor alle door de buitenlandse partner voorgeschoten kosten waar mee deze geconfronteerd wordt op.
  4. Afstanden in een stad zijn vaak onvergelijkbaar met Nederlandse steden en openbaar vervoer en taxi’s ontbreken of zijn onbetrouwbaar en risicovol.
  5. Verder realiseert de overheid zich niet welke veiligheidsrisico’s er zijn
    1. voor de buitenlandse partner als bekend is dat deze een relatie heeft met een Nederlander.
    2. voor een vrouw die alleen is en zich buitenshuis begeeft.
  • Internet
    • Geen internet thuis.
    • Slecht internet, uitvallend internet.
    • Duur internet.
    • Vaak aangewezen op een of meerdere internetcafés.
      • Dit levert veiligheidsrisico’s op voor de student, omdat men de student een andere taal hoort en ziet gebruiken. Dit verhoogt het risico op beroving en ontvoeringen, omdat men denkt hier geld te kunnen halen.
  • Sociale factoren.
    • In veel landen leven de mensen in klasses, van straatarm tot zeer rijk.
      • Dit is zichtbaar in het (gebrek aan) onderwijs, de woonwijken, leefgewoontes, criminaliteitsniveau, prijzen voor levensonderhoud en het aanbod van levensonderhoud, etc.
        • In alle klasses zijn de verschillen groot en komt het voor.
  • Kwaliteit van het onderwijs in het land van de buitenlandse partner.
    • Er is vaak geen leerplicht in het land van de buitenlandse partner zoals in Nederland.
    • Het onderwijs is vaak alleen weggelegd voor de mensen die ervoor kunnen betalen.
    • Het onderwijsniveau is per klasse verschillend.
    • Men heeft zelfs moeite met het correct spreken en schrijven van hun eigen taal.
    • De rijken hebben over het algemeen de meeste en beste onderwijs mogelijkheden.
    • Hoewel in dat land een universiteitsopleiding wordt gezien als hoog, is dit in Nederland niet het geval en zal dit eerder als MBO4 of HBO worden gekwalificeerd.
    • Dit houdt dan in dat wanneer men een voortgezet onderwijs heeft afgerond in dat land, dit in Nederland gelijkgesteld wordt met de brugklas van het voortgezet onderwijs of zelfs met groep 8 van het basisonderwijs.
    • Grammatica ken men vaak niet, omdat dit niet in de leermethodes wordt onderwezen.
      • Een geheel nieuw fenomeen voor de meeste buitenlandse partners, zeker als het de moeilijke Nederlandse grammatica betreft.
    • Een vreemde taal wordt vaak niet onderwezen en is slechts tegen een forse meerprijs mogelijk.
    • De buitenlandse partner is hierdoor onbekend met een methode om een vreemde taal te leren.
    • Er zijn genoeg buitenlandse partners die een te laag startniveau hebben voor het volgen van de A1-cursus.
  • Geen studiebegeleiding.
    • Niemand spreekt Nederlands op de lokatie.
    • Indien er wel iemand is dan kan dat tegen hoge kosten.
      • De kosten komen voor rekening van de buitenlandse partner.
    • Er moet vaak gereisd worden om hetzij bij de studiebegeleider te komen of dat de studiebegeleider bij de student komt.
      • De afstanden en infrastructuur van wegen en verkeer zijn onvergelijkbaar met Nederland.
      • De kosten komen voor rekening van de buitenlandse partner.
  • Geen studie omgeving
    • Het klimaat kan door te veel hitte storend werken.
    • De woonsituatie is van grote invloed op het studeren, waardoor dit vaak onmogelijk is.
    • Vaak continue lawaai van de straat en buren.
    • Internet problemen zoals hierboven aangegeven.
    • Werkzaamheden die naast de studie gedaan moeten worden.
  • Financiële factoren.
    • Er moet een computer aangeschaft worden in het land van de buitenlandse partner vanwege stroomvoorzieningen en klimaatinvloeden die anders zijn dan in Nederland.
    • Er moet thuis een sneller internet betaald worden als dit al mogelijk is.
    • Er moet als er thuis geen internet is naar een internetcafé gegaan worden met alle risico’s vandien.
    • Voor het afleggen van het examen moet naar de Nederlandse ambassade in dat land gereisd worden, wat vaak een vliegticket met zich meebrengt en een hotelovernachting met verblijfskosten. Deze uitgaves worden niet vergoed door de overheid.
      • De overheid denkt in Nederlandse afstanden !
  • Ambassade heeft vaak een slechte examenomgeving.
    • Slechte en uitvallende computers.
    • Oude windows en niet geupdate computers.
    • Indien de computer uitvalt dan is dat nadelig voor de examenkandidaat en 100% garantie dat deze hierdoor zakt.
    • Een vrouw reist in veel landen niet alleen, vandaar dat zij vergezeld wordt door een vertrouwd persoon i.v.m. veiligheidheid en onbekend terrein.
    • De overheid zit er niet mee dat dan maar het examen een andere keer opnieuw gedaan moet worden op kosten van de buitenlandse partner.
    • Examenbegeleiding door personeel van de ambassade. Personeel dat :
      • geen Nederlands spreekt.
      • niet gekwalificeerd is om het examen te begeleiden en af te nemen.
      • niet over de vereiste sociale vaardigheden beschikt.

A2-Inburgerings eis tot 1 januari 2010

A2- 15% van de bevolking leeft op dit niveau en is de norm om aan het inburgeringsexamen te kunnen voldoen.

 

Volg hier de online cursus


B1-Inburgerings eis vanaf 1 juli 2021

B1- 40% van de bevolking leeft op dit niveau en kan teksten begrijpen en kennen de meest gebruikte woorden.

 


Deze pagina wordt regelmatig bijgewerkt.